De voorzitter opent de zitting op 01/07/2026 om 20:05.
De notulen en het zittingsverslag van de vergadering van de gemeenteraad worden onder de verantwoordelijkheid van de algemeen directeur opgesteld.
Een lid van de gemeenteraad kan opmerkingen maken over de redactie van de notulen van de vorige vergadering. Als die opmerkingen door de gemeenteraad worden aangenomen, worden de notulen in die zin aangepast.
Het zittingsverslag wordt vervangen door een audio- of audiovisuele opname van de openbare zitting van de gemeenteraad. Indien de gemeenteraad een aangelegenheid in besloten vergadering behandelt, vermelden de notulen alleen de beslissingen en wordt er geen zittingsverslag opgesteld.
Het zittingsverslag kan geraadpleegd worden via onderstaande link:
Notulen van de gemeenteraad d.d. 26.05.2026.
Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 (B.S. 24.12.2018) zoals gewijzigd tot op heden, inzonderheid artikel 32 en artikel 278.
Art.1.
De gemeenteraad keurt de notulen d.d. 26.05.2026, zoals als bijlage opgenomen, goed.
Art.2.
De voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur ondertekenen de notulen.
Art. 3
De gemeenteraad keurt het zittingsverslag d.d. 26.05.2026 goed.
Het organisatiebeheersingssysteem bepaalt op welke wijze de organisatiebeheersing van de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn wordt georganiseerd, met inbegrip van de te nemen controlemaatregelen, procedures en de aanwijzingen van de personeelsleden en organen die ervoor verantwoordelijk zijn, en de rapporteringsverplichtingen van de personeelsleden die bij het organisatiebeheersingssysteem betrokken zijn. De algemeen directeur rapporteert jaarlijks over de organisatiebeheersing. De rapportering over de organisatiebeheersing 2025 wordt door de algemeen directeur ter kennisname voorgelegd aan de gemeenteraad.
Organisatiebeheersing is het geheel van maatregelen en procedures die ontworpen zijn om een redelijke zekerheid te verschaffen dat men:
1° de vastgelegde doelstellingen bereikt en de risico's om deze te bereiken kent en beheerst;
2° wetgeving en procedures naleeft;
3° over betrouwbare financiële en beheersrapportering beschikt;
4° op een effectieve en efficiënte wijze werkt en de beschikbare middelen economisch inzet;
5° de activa beschermt en fraude voorkomt.
Het organisatiebeheersingssysteem bepaalt op welke wijze de organisatiebeheersing van de gemeente en het OCMW georganiseerd wordt, met inbegrip van de te nemen controlemaatregelen, procedures en de aanwijzing van de personeelsleden en organen die ervoor verantwoordelijk zijn, en de rapporteringsverplichtingen van de personeelsleden die bij het organisatiebeheersingssysteem betrokken zijn.
Tussen 30 januari 2019 en 20 maart 2019 voerde Audit Vlaanderen een organisatie-audit met begeleide zelfevaluatie uit in gemeente en OCMW Koekelare. Deze audit evalueerde de adequaatheid van de aanpak van organisatiebeheersing en de beheersing van de management- en ondersteunende processen op organisatieniveau. De Leidraad Organisatiebeheersing voor lokale besturen fungeerde hierbij als referentiekader. Deze audit maakte geen evaluatie van de volledige werking van gemeente en OCMW Koekelare, maar ging na of de instrumenten en randvoorwaarden aanwezig waren om van een "beheerste organisatie" te kunnen spreken.
Op 31 mei 2019 leverde Audit Vlaanderen een auditrapport af over de "organisatie-audit met begeleide zelfevaluatie" bij gemeente en OCMW Koekelare. Dit rapport bevatte een aantal aanbevelingen, waarvoor het management een streefdatum, een verantwoordelijke en een actieplan heeft bepaald. De aanbevelingen zijn de belangrijkste verbeterpunten uit een audit. De implementatie ervan en de rapportering hierover aan het politieke niveau, is de verantwoordelijkheid van het management.
Op 3 december 2020 bezorgde Audit Vlaanderen een rapport met de conclusies over de opvolging van de aanbevelingen en de rapportering organisatiebeheersing door gemeente Koekelare. Overeenkomstig artikel 221 van het decreet over het lokaal bestuur werd dit rapport aan de leden van de gemeente- en OCMW-raad bezorgd.
Audit Vlaanderen gaf de aanbeveling dat de organisatie een duidelijk kader voor organisatiebeheersing vaststelt en dit ter goedkeuring voorlegt aan de raden. Op 1 juli 2019 keurden de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn het kader voor organisatiebeheersing goed, als volgt:
De algemeen directeur rapporteert jaarlijks aan het college van burgemeester en schepenen, de gemeenteraad, de raad voor maatschappelijk welzijn en het vast bureau over de organisatiebeheersing. Die rapportering gebeurt jaarlijks uiterlijk voor 30 juni van het daaropvolgende jaar.
De rapportage organisatiebeheersing 2025 werd besproken op het managementteam van 18.05.2026.
De rapportage organisatiebeheersing 2025 werd besproken op het college van burgemeester en schepenen van 16.06.2025.
PowerPoint organisatiebeheersing rapportage 2025.
Overzicht actieplannen organisatiebeheersing 2025.
De wet betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen van 29 juli 1991.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Art. 1.
De gemeenteraad neemt kennis van de rapportering organisatiebeheersing 2025.
Rapportering klachtenbehandeling 2025 door de algemeen directeur conform artikel 303 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
De gemeenteraad heeft d.d. 26.02.2018 een klachtenreglement vastgesteld.
Dit systeem van klachtenbehandeling is georganiseerd op ambtelijk niveau, onafhankelijk van de diensten waarop de klachten betrekking hebben.
Het systeem van klachtenbehandeling is opgenomen is in het organisatiebeheersingssysteem, vermeld in artikel 218 van het Decreet over het Lokaal Bestuur.
De algemeen directeur rapporteert jaarlijks aan de gemeenteraad over de klachten ingediend tegen de gemeente, en jaarlijks rapporteert hij aan de raad voor maatschappelijk welzijn over de klachten ingediend tegen het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn;
Overwegende dat een rapportering betreffende de klachten en de klachtenbehandeling van het lokaal bestuur Koekelare in 2025 werd opgemaakt en vastgesteld door de algemeen directeur, in samenwerking en na overleg met het managementteam d.d. 18.05.2026. Tijdens het jaar 2025 werd geen klacht ingediend tegen het gemeentebestuur.
Deze rapportering werd ter kennis gebracht aan het college van burgemeester en schepenen in zitting van 16.06.2026.
Klachtenregister gemeente en ocmw 2025.
De wet betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen van 29 juli 1991.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Art. 1.
De gemeenteraad neemt kennis van de rapportering betreffende klachtenbehandeling 2025.
Rapportering met betrekking tot de voorafgaandelijke wettigheid en regelmatigheidscontrole door de financieel directeur (visum) 2025.
Een verbintenis mag alleen worden aangegaan als de financiële gevolgen ervan tijdens de periode van het meerjarenplan passen binnen de ramingen van het meerjarenplan en als de financiële gevolgen voor het lopende boekjaar passen binnen de limitatieve kredieten voor dat boekjaar in het meerjarenplan;
De voorgenomen financiële verbintenissen die resulteren in een uitgaande nettokasstroom zijn onderworpen aan een voorafgaand visum, voordat enige verbintenis kan worden aangegaan;
De financieel directeur onderzoekt de wettigheid en regelmatigheid van die voorgenomen verbintenissen in het kader van zijn opdracht vermeld in artikel 177, eerste lid, 1° van het decreet over het lokaal bestuur;
De financieel directeur verleent een visum, als uit dat onderzoek de wettigheid en regelmatigheid van de voorgenomen verbintenis blijkt. De financieel directeur kan voorwaarden koppelen aan het visum. Als de financieel directeur weigert een visum te verlenen, of als er voorwaarden aan gekoppeld worden, motiveert de financieel directeur dat;
De gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn, na advies van de financieel directeur, bepalen de nadere voorwaarden waaronder de financieel directeur deze controle, vermeld in artikel 266, tweede lid van het Decreet Lokaal Bestuur, uitoefent. De gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn kunnen binnen de perken die vastgelegd zijn door de Vlaamse Regering, en na advies van de financieel directeur, bepaalde categorieën van verrichtingen uitsluiten van de visumverplichting. Dit gebeurde bij beslissing van de gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn van 14.12.2020;
Naar aanleiding van ‘de rapportage organisatiebeheersing 2025’ wordt gerapporteerd over de visums zoals deze verleend werden door de financieel directeur tijdens het jaar 2025;
De rapportage met betrekking tot de voorafgaandelijke wettigheid en regelmatigheidscontrole werd besproken op het managementteam van 18.05.2026.
De rapportage met betrekking tot de voorafgaandelijke wettigheid en regelmatigheidscontrole 2025 werd besproken op het college van burgemeester en schepenen van 16.06.2026.
Visums 2025.
De wet betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen van 29 juli 1991.
Het bestuursdecreet van 07 december 2018;
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017;
Het besluit van de Vlaamse regering betreffende de beleids- en beheerscyclus van de gemeenten, de provincies en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn van 30 maart 2018;
De wet inzake overheidsopdrachten van 17 juni 2016;
Art. 1.
De gemeenteraad neemt kennis van de rapportage betreffende de visums verleend door de financieel directeur in 2025.
De jaarrekening 2025 ligt voor aan de gemeenteraad, conform artikel 249 tot en met artikel 253 en artikel 260 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017. Dit wordt voorgelegd aan de gemeenteraad ter vaststelling.
Overeenkomstig artikel 171 van het decreet over het lokaal bestuur d.d. 22.12.2017 zorgt de algemeen directeur in overleg met het managementteam voor de opmaak van het voorontwerp van de beleidsrapporten.
Het beleidsrapport betreffende de jaarrekening wordt overeenkomstig artikel 260 van het bovengenoemde decreet vastgesteld voor 30 juni van het boekjaar dat volgt op het boekjaar waarop de rekening betrekking heeft.
De jaarrekening bestaat uit een beleidsevaluatie, een financiële nota en een toelichting.
De beleidsevaluatie van de jaarrekening geeft het beleid weer dat de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn gedurende het boekjaar hebben gevoerd en evalueert de beleidsdoelstellingen en de mate waarin ze zijn bereikt.
De financiële nota van de jaarrekening geeft de financiële gevolgen van het gevoerde beleid weer.
De toelichting van de jaarrekening bevat alle informatie over de verrichtingen in het ontwerp van jaarrekening die relevant is voor de raadsleden om met kennis van zaken een beslissing te kunnen nemen. Ze bevat minstens informatie over de schulden en de financiële risico's.
De jaarrekening 2025 werd besproken op het managementteam van 18 mei 2026.
De jaarrekening 2025 werd besproken op het college van burgemeester en schepenen van 2 juni 2026.
De gemeenteraad neemt akte van de jaarrekening 2025 van de gemeente, zoals opgemaakt door de financieel directeur.
jaarrekening 2025
documentatie jaarrekening 2025
De wet betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen d.d. 29.07.1991.
Het bestuursdecreet d.d. 07.12.2018.
Het decreet over het lokaal bestuur d.d. 22.12.2017.
Het besluit van de Vlaamse regering betreffende de beleids- en beheerscyclus van de gemeenten, provincies en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn d.d. 25.06.2010.
Het ministerieel besluit tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapportering en de toelichting ervan, en van de rekeningstelsels van de gemeenten, de provincies en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn d.d. 01.10.2010.
Raadslid Dewulf verwijst naar zijn tussenkomst over dit agendapunt tijdens de raad voor maatschappelijk welzijn dat voorafgaand aan deze vergadering plaatsvond.
Art. 1.
De gemeenteraad stelt de jaarrekening 2025 vast.
Conform artikel 249 van het decreet over het lokaal bestuur keurt de gemeenteraad de jaarrekening 2025 van het OCMW goed zoals vastgesteld door de raad voor maatschappelijk welzijn. Dit wordt voorgelegd aan de gemeenteraad ter goedkeuring.
Overeenkomstig artikel 171 van het decreet over het lokaal bestuur d.d. 22.12.2017 zorgt de algemeen directeur in overleg met het managementteam voor de opmaak van het voorontwerp van de beleidsrapporten.
Het beleidsrapport betreffende de jaarrekening wordt overeenkomstig artikel 260 van het bovengenoemde decreet vastgesteld voor 30 juni van het boekjaar dat volgt op het boekjaar waarop de rekening betrekking heeft.
De jaarrekening bestaat uit een beleidsevaluatie, een financiële nota en een toelichting.
De beleidsevaluatie van de jaarrekening geeft het beleid weer dat de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn gedurende het boekjaar hebben gevoerd en evalueert de beleidsdoelstellingen en de mate waarin ze zijn bereikt.
De financiële nota van de jaarrekening geeft de financiële gevolgen van het gevoerde beleid weer.
De toelichting van de jaarrekening bevat alle informatie over de verrichtingen in het ontwerp van jaarrekening die relevant is voor de raadsleden om met kennis van zaken een beslissing te kunnen nemen. Ze bevat minstens informatie over de schulden en de financiële risico's.
De jaarrekening 2025 werd besproken op het managementteam van 18.05.2026.
De jaarrekening 2025 werd besproken op het college van burgemeester en schepenen en het vast bureau van 02.06.2026.
De gemeenteraad neemt akte van de jaarrekening 2025 van het OCMW, zoals opgemaakt door de financieel directeur.
De raad voor maatschappelijk welzijn stelde in de zitting van heden de jaarrekening 2025 vast, waarna de gemeenteraad de jaarrekening 2025 van het OCMW dient goed te keuren.
jaarrekening 2025
documentatie jaarrekening 2025
De wet betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen d.d. 29.07.1991.
Het bestuursdecreet d.d. 07.12.2018.
Het decreet over het lokaal bestuur d.d. 22.12.2017.
Het besluit van de Vlaamse regering betreffende de beleids- en beheerscyclus van de gemeenten, provincies en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn d.d. 25.06.2010.
Het ministerieel besluit tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapportering en de toelichting ervan, en van de rekeningstelsels van de gemeenten, de provincies en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn d.d. 01.10.2010.
Art. 1.
De gemeenteraad keurt de jaarrekening 2025 van het OCMW goed.
Aan de gemeenteraad wordt binnen het Revisietraject 2025 de goedkeuring gevraagd van diverse gewijzigde sleuteldocumenten van OFP Prolocus.
OFP Prolocus, het pensioenfonds van de Vlaamse lokale besturen, heeft in de eerste helft van 2025 een aantal sleuteldocumenten herzien in het kader van haar revisietraject “passiva-zijde” (= de verplichtingen) van het Fonds, met name:
- het financieringsplan
- de beheersovereenkomst
Deze herziening betreft voornamelijk technisch-juridische aanpassingen, met als doel om de teksten beter te laten aansluiten bij de praktijk. Daarnaast werden ook een aantal inhoudelijke wijzigingen aangebracht, zoals bijvoorbeeld in de beheersovereenkomst:
- de transparante beschrijving van de aangepaste (goedkopere) kostenregeling;
- het inschrijven van een aantal aansprakelijkheidsbeperkingen n.a.v. een wijziging van het Burgerlijk Wetboek;
- het omschrijven van een praktische regeling m.b.t. het waarborgen van de pensioenverplichtingen voor aangeslotenen van een fusiebestuur dat haar pensioenverplichtingen niet langer toevertrouwt aan het OFP Prolocus,
- het meer in detail uitwerken van de werkwijze van interne transfers van reserves binnen MIPS-groepen binnen de groep VVSG, enz.
en in het financieringsplan:
- het vervangen van een aantal niet-gebruikte RSZ-inningspercentages door een aantal extra tussenpercentages die moeten toelaten om in de toekomst, op het vlak van de voorschotten via de RSZ, voor een aantal besturen fijnmaziger te innen;
- beschrijving van de praktische toepassing van de pré-financiering bij fusies van besturen enz.
In het kader van het revisietraject werden ook een aantal technisch-juridische wijzigingen aan het kaderreglement tweede pensioenpijler contractanten (hierna “het kaderreglement”) en aan het bijzonder pensioenreglement voorgesteld, hoofdzakelijk met als doel om het beheer van het DC-Plan (Defined Contribution of vastebijdrageplan) te vereenvoudigen;
Het Kaderreglement zelf bepaalde dat het begin 2025 door de sociale partners moest geëvalueerd worden, met mogelijks een bijsturing tot gevolg. Om die reden werden de voorgestelde wijzigingen aan het kaderreglement besproken in het Comité C1.
De bovenvermelde documenten werden goedgekeurd op de raad van bestuur van het OFP Prolocus van 23 mei 2025 en bekrachtigd op de algemene vergadering van 17 juni 2025.
Het Kaderreglement werd goedgekeurd in het Protocol van Akkoord van 12 november 2025 van het Comité C1.
In navolging van het bovenvermelde wordt aan het lokaal bestuur gevraagd om de wijzigingen aan haar bijzonder pensioenreglement goed te keuren, en om in te stemmen met de bijlage bij de toetredingsakte tot goedkeuring van de wijzigingen aan de beheersovereenkomst en het financieringsplan.
Memorie van toelichting revisietraject sleuteldocumenten OFP Prolocus
OFP Prolocus overeenkomst bijzonder pensioenreglement
Bijlage toetredingsakte beheersovereenkomst financieringsplan
Rechtspositieregeling.
Decreet voor het lokaal bestuur d.d. 22.12.2017.
Besluit van de Vlaamse Regering houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, de rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel en houdende enkele bepalingen betreffende de rechtspositie van de secretaris en de ontvanger van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn d.d. 07.12.2007.
Wet van 19.12.1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel.
Koninklijk besluit van 29.08.1985 tot aanwijzing van de grondregelingen in de zin van artikel 2, § 1, 1°, van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel
De wet betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen van 29 juli 1991.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Art. 1.
De gemeenteraad neemt kennis van de wijzigingen aan de beheersovereenkomst en het financieringsplan, alsook van het gewijzigde kaderreglement en in uitvoering daarvan het gewijzigde bijzonder pensioenreglement.
Art. 2.
De gemeenteraad keurt de wijzigingen aan haar bijzonder pensioenreglement goed.
Art. 3.
De gemeenteraad stemt in met de bijlage bij de toetredingsakte tot goedkeuring van de wijzigingen aan de beheersovereenkomst en het financieringsplan.
Art. 4.
De gemeenteraad geeft aan de heer Patrick Lansens en mevrouw Ann Van der Veken, het mandaat om de bijlage bij de toetredingsakte en het bijzonder pensioenreglement te ondertekenen, en verzoekt mevrouw Ann Van der Veken om deze documenten op de gevraagde wijze ter beschikking te stellen van het OFP Prolocus.
Aan de gemeenteraad wordt goedkeuring gevraagd voor het selectieprogramma en de functiebeschrijving voor de decretale graad algemeen directeur (AD0230 - 38.00u/38.00u) in statutair dienstverband. - Tweede oproep
Algemeen
De functie van Algemeen Directeur, AD0230, 38.00/38.00, vacant sedert 20.04.2026, dient ingevuld te worden.
De functie van algemeen directeur is statutair voorzien en wordt ingevuld aan de hand van een procedure voor aanwerving.
Het college van burgemeester en schepenen ging in zitting van 14.04.2026 principieel akkoord om de functie van Algemeen Directeur, AD0230, 38.00/38.00 in statutair dienstverband open te verklaren.
De gemeenteraad besliste in zitting van 27.04.2026 de reguliere selectieprocedure voor de functie van Algemeen Directeur, AD0230, 38.00/38.00 in statutair dienstverband open te verklaren.
Op datum van 21.05.2026 namen 10 kandidaten deel aan het schriftelijk examen, echter is geen van hen geslaagd hiervoor.
Vandaar dat er een nieuwe selectieprocedure (tweede oproep) moet gestart worden.
Er wordt voorgesteld enkele wijzigingen aan de selectieprocedure door te voeren en de periode waarin men kan solliciteren langer te maken. Hierdoor is het noodzakelijk de functie opnieuw vacant te verklaren. De voorwaarden blijven identiek aan de voorgaande beslissing, met uitzondering van het aantal jaar ervaring waarover een kandidaat dient te beschikken op het vlak van leidinggeven. Daarnaast wordt de selectieprocedure aangepast.
Vaststelling deelnemingsvoorwaarden
De deelnemende kandidaten dienen te voldoen aan de algemene toelatingsvoorwaarden en aan de algemene en specifieke aanwervingsvoorwaarden, de selectie uitgezonderd, voor de afloop van de selectieprocedure en uiterlijk op datum van de aanstelling.
De deelnemende kandidaten leveren het bewijs dat ze voldoen de diplomavereiste en ervaring op het vlak van leidinggeven uiterlijk op 14.09.2026 - 12 uur.
Vaststelling selectieprocedure
De selectieprocedure wordt als volgt vastgelegd:
Managementcase en jurygesprek
Dit gedeelte bestaat uit een competentiegericht interview, vergezeld van een schriftelijke case mét presentatie aan de jury (managementcase) waarin de overeenstemming van het profiel van de kandidaat met de vereisten van de functie getoetst wordt (resultaatsgebieden).
De behaalde punten van dit onderdeel tellen mee voor 70% van de gehele selectieprocedure. De kandidaat moet minstens 50% halen op dit onderdeel en 60% voor het verkennend en jurygesprek samen.
Tijdens het assessment center worden competenties getoetst die gelinkt zijn aan het functie- en competentieprofiel. Het assessment center is eliminerend (geschikt of niet-geschikt).
3. Verloop/timing van de selectie: Het schepencollege bepaalt de uiterste datum van inschrijving voor de vacature op 14.09.2026 - 12 uur. De concrete timing van de selectie wordt nog verder bepaald in samenspraak met de selectiecommissie.
Vaststelling selectiecommissie
De selectiecommissie wordt als volgt samengesteld:
Er kan bijstand gevraagd worden aan een secretaris die niet deelneemt aan de eigenlijke selectieactiviteiten en aan de beoordeling van de kandidaten.
De aard van de selectieprocedure
Vergelijkende selectie
Wervingsreserve
1 jaar
Vaststelling wijze publicatie
De vacature wordt bekendgemaakt in volgende bekendmakingskanalen:
Overeenkomstig de wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel en het Koninklijk besluit van 29.08.1985 tot aanwijzing van de grondregelingen in de zin van artikel 2, § 1, 1°, van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel, hadden de vakorganisaties geen opmerkingen op de vastgestelde deelnemingsvoorwaarden en de selectieprocedure noch op de functiebeschrijving.
Functiebeschrijving
Besluit van de gemeenteraad van 27.04.2026 i.v.m. de openverklaring van de functie van algemeen directeur
Timing selectieprocedure
Personeelsformatie.
Rechtspositieregeling van lokaal bestuur Koeelare, goedgekeurd tot op heden.
Decreet voor het lokaal bestuur d.d. 22.12.2017, inzonderheid artikel 41, 2de lide, 6°.
Besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de minimale voorwaarden van de rechtspositieregeling van het personeel van lokale en provinciale besturen d.d. 20.01.2023.
Besluit van de Vlaamse Regering houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, de rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel en houdende enkele bepalingen betreffende de rechtspositie van de secretaris en de ontvanger van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn d.d. 07.12.2007
Wet van 19.12.1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel.
Koninklijk besluit van 29.08.1985 tot aanwijzing van de grondregelingen in de zin van artikel 2, § 1, 1°, van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel.
P. 4 – “Wat bieden we?” – punt 3 wijzigen als volgt:
“Alle anciënniteit uit zowel de openbare sector als de relevante anciënniteit uit de privésector wordt overgenomen.”
Art. 1.
De gemeenteraad beslist om het ambt van algemeen directeur open te verklaren en de selectieprocedure te organiseren zoals hierboven bepaald en stelt de functiebeschrijving (zoals in bijlage opgenomen) vast.
Aan de gemeenteraad wordt het ontwerp van concessieovereenkomst tussen de gemeente Koekelare en de vzw VV Koekelare betreffende het clublokaal en sanitair blok met kleedkamers, het kunstgrasveld en een bergruimte voor materiaal naast het kunstgrasveld gelegen in de Belhuttebaan 40 te 8680 Koekelare ter goedkeuring voorgelegd.
De gemeenteraad keurde in zitting van 1 juni 2015 de concessieovereenkomst goed met de vzw VV Koekelare voor het gebruik van het hoofdvoetbalveld, randaccommodatie en 2 clublokalen gelegen op het gemeentelijk sportcentrum in de Belhuttebaan 40 te Koekelare goed. Ondertussen liep deze concessieovereenkomst ten einde en dient een nieuwe concessieovereenkomst door de gemeenteraad goedgekeurd worden.
Er werd een ontwerp van concessieovereenkomst tussen de gemeente Koekelare en de vzw VV Koekelare opgemaakt betreffende het clublokaal en sanitair blok met kleedkamers, het kunstgrasveld en een bergruimte voor materiaal naast het kunstgrasveld gelegen in de Belhuttebaan 40 te 8680 Koekelare. Deze concessieovereenkomst treedt in werking op 1 augustus 2026 en eindigt op 31 juli 2035, zonder stilzwijgende verlenging. Net als in de vorige concessieovereenkomst dient geen concessievergoeding betaald te worden.
Vorige concessieovereenkomst tussen gemeente Koekelare en de vzw VV Koekelare
Ontwerp van concessieovereenkomst tussen gemeente Koekelare en de vzw VV Koekelare
Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, BS 12.09.1991.
Bestuursdecreet van 07 december 2018, B.S. 11.01.2019, inzonderheid titel II.
Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, B.S. 24.12.2018, zoals gewijzigd tot op heden, inzonderheid de artikelen 40 en 41.
Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, in het bijzonder de bepalingen betreffende zakelijke gebruiksrechten en overeenkomsten.
Art. 1.
De gemeenteraad keurt het ontwerp van concessieovereenkomst tussen de gemeente Koekelare en de vzw VV Koekelare betreffende het clublokaal en sanitair blok met kleedkamers, het kunstgrasveld en een bergruimte voor materiaal naast het kunstgrasveld gelegen in de Belhuttebaan 40 te 8680 Koekelare goed.
Art. 2.
De startdatum van de concessieovereenkomst betreft 01.08.2026 en de einddatum betreft 31.07.2035.
Aan de gemeenteraad wordt goedkeuring gevraagd voor de verplaatsing van een gemeenteweg, zijnde een deeltraject van de buurtweg nr. 16 (trage weg ter hoogte van Noordstraat 74 en zichtbaar op de Atlas der Buurtwegen) in het kader van een klasse 1 omgevingsvergunningsaanvraag OMV_2025132600 voor stedenbouwkundige handelingen en de exploitatie van een of meerdere ingedeelde inrichtingen of activiteiten op het adres Noordstraat 74 in Koekeleare. De gemeenteraad dient een beslissing te nemen over deze zaak der wegen.
Algemene beschrijving
De omgevingsvergunningsaanvraag OMV_2025132600, werd door BVBA Polsa, Bovekerkemolenstraat 6 te 8610 Kortemark, via het Omgevingsloket ingediend op 21-11-2025.
De aanvraag heeft als voorwerp slopen 2 traditionele vleesvarkensstallen, heropbouwen 2 nieuwe vleesvarkensstallen met biologisch luchtwassysteem, slopen bestaande loods en bouwen 2 nieuwe loodsen, op de hoeve site te Noordstraat 74 8680 Koekelare.
De aanvraag omvat een ingedeelde inrichting of activiteit: klasse 1.
De vergunning verlenende overheid is de deputatie van de Provincie West-Vlaanderen.
Er wordt advies gevraagd aan de gemeente Koekelare op 10-04-2026. Bij nazicht van het aanvraagdossier blijkt dat een beslissing van de gemeenteraad nodig is voor het verplaatsen van een buurtweg.
Het college van burgemeester en schepenen gaat in zitting van 28-04-2026 akkoord met het voorstel tot verplaatsing. De gemeenteraad heeft een beslissing te nemen over de zaak der wegen.
De uiterste beslissingsdatum voor de deputatie werd ambtshalve aangepast naar 09-07-2026.
‘Voorstel verplaatsen Voetweg’ zichtbaar op het plan van de landmeter Jonas Boone, wordt hier voorgelegd in de gemeenteraad en kan in bijlage teruggevonden worden.
Beoordelingsbevoegdheid van de gemeenteraad
Artikel 31 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning van 25 april 2014 (OVD) stelt dat de gemeenteraad bevoegd is om te beslissen over de wijziging van de gemeenteweg, hetgeen impliceert dat de gemeenteraad zich uitspreekt over deze zaak der wegen.
Concreet stelt dit artikel het volgende:
"Artikel 31 § 1. Als de aanvraag de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg omvat, roept het college van burgemeester en schepenen, in voorkomend geval op verzoek van de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, de gemeenteraad samen om te beslissen over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg. De gemeenteraad spreekt zich uit over de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg, en over de eventuele opname in het openbaar domein. Hierbij wordt rekening gehouden met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval met het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen. De gemeenteraad kan daarbij voorwaarden opleggen en lasten verbinden, die de bevoegde overheid in de eventuele vergunning opneemt."
Artikel 47 van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning stelt dat de gemeenteraad kennisneemt van de standpunten, opmerkingen en bezwaren die zijn ingediend tijdens het openbaar onderzoek. Concreet stelt dit artikel het volgende:
“Artikel 47 Als een beslissing van de gemeenteraad vereist is over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg, neemt de gemeenteraad daarover een besluit. De gemeenteraad neemt daarbij kennis van de standpunten, opmerkingen en bezwaren die zijn ingediend tijdens het openbaar onderzoek. Uiterlijk tien dagen na de gemeenteraadszitting stelt de gemeente de gemeenteraadsbeslissing ter beschikking hetzij van de bevoegde omgevingsvergunningscommissie als die advies moet verlenen, hetzij van het bevoegde bestuur als geen advies van een omgevingsvergunningscommissie vereist is.”
Overeenkomstig de toelichting van bovengenoemd omgevingsdecreet- en besluit wordt de tussenkomst van de gemeenteraad in artikel 47 verduidelijkt:
“Het Decreet betreffende de omgevingsvergunning herneemt de welbekende regeling van de tussenkomst van de gemeenteraad over de zaak van de wegen.
Voor alle duidelijkheid wordt ook hier herhaald:
De gemeenteraad beschikt over de volheid van bevoegdheid over de zaak der wegen. De gemeenteraad dient zich in dat verband uit te spreken over de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg, en over de eventuele opname in het openbaar domein, rekening houdend met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet gemeentewegen van 3 mei 2019, en in voorkomend geval met het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen. De gemeenteraad kan daarbij voorwaarden opleggen en lasten verbinden, die de bevoegde overheid in de eventuele vergunning opneemt.
De gemeenteraad beschikt niet over de bevoegdheid om zich uit te spreken over de vergunningsaanvraag, nu deze dient te worden beoordeeld door de vergunningverlenende overheid. De gemeenteraad dient bij haar beslissing wel rekening te houden met het project waar de aanvraag deel van uitmaakt.
Ligging, breedte en uitrusting van de gemeentewegen
Het voorgenomen project omvat het ‘voorstel verplaatsen voetweg’ zichtbaar op het plan van de landmeter Jonas Boone. In die omstandigheden is er sprake van een zaak der wegen, namelijk de verplaatsing van een gemeenteweg, zijnde een deeltraject van de buurtweg nr. 16 (trage weg) (zichtbaar op de Atlas der Buurtwegen).
Het Decreet houdende de gemeentewegen dd. 03-05-2019 omschrijft in artikel 2,
2° beheer van een gemeenteweg: het onderhoud, de vrijwaring van de toegankelijkheid en de verbetering van een gemeenteweg, alsook de nodige maatregelen tot herwaardering van in onbruik geraakte gemeentewegen
6° gemeenteweg: een openbare weg die onder het rechtstreekse en onmiddellijke beheer van de gemeente valt, ongeacht de eigenaar van de grond;
9° rooilijn: de huidige of de toekomstige grens tussen de openbare weg en de aangelande eigendommen, vastgelegd in een rooilijnplan. Als een rooilijnplan ontbreekt, is de rooilijn de huidige grens tussen de openbare weg en de aangelande eigendommen;
10° een trage weg als ‘een gemeenteweg die hoofdzakelijk bestemd is voor niet-gemotoriseerd verkeer’;
11°, de verplaatsing van een gemeenteweg: de vervanging van een af te schaffen gemeenteweg of een gedeelte daarvan door een nieuwe gemeenteweg of een nieuw wegdeel;
Artikel 3. ( 01/09/2019 - ... ) Dit decreet heeft tot doel om de structuur, de samenhang en de toegankelijkheid van de gemeentewegen te vrijwaren en te verbeteren, in het bijzonder om aan de huidige en toekomstige behoeften aan zachte mobiliteit te voldoen.
Om de doelstelling, vermeld in het eerste lid, te realiseren voeren de gemeenten een geïntegreerd beleid, dat onder meer gericht is op:
1° de uitbouw van een veilig wegennet op lokaal niveau;
2° de herwaardering en bescherming van een fijnmazig netwerk van trage wegen, zowel op recreatief als op functioneel vlak.
Bij de omgevingsvergunningsaanvraag OMV_2025132600, is een ‘voorstel verplaatsen voetweg’ zichtbaar op het plan van de landmeter Jonas Boone dd. 13/11/2025, gevoegd.
Motivering door aanvrager: Op de betrokken percelen is volgens de Atlas der Buurtwegen een buurtweg/voetweg aanwezig. Deze buurtweg wordt verlegd waardoor de bouw van de aangevraagde constructies de doorgang van deze buurtweg niet belemmert.
De verplaatsing van de buurtweg is doordacht, opdat mede de nieuw te bouwen constructies samen met de bestaande bedrijfsgebouwen één ruimtelijk en functioneel geheel kunnen vormen, zonder hinderaspecten. De verplaatsing hoeft geen afbreuk te doen aan de eigenheid van de betreffende buurtweg, dewelke trouwens nog enkel zichtbaar is op de Atlas der Buurtwegen.
Het op plan verplaatsen, sluit de mogelijk tot opnieuw veruitwendigen (of afschaffen) van deze buurtweg niet uit.
Toetsing aan de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen
De gemeenteraad spreekt zich, zoals al aangegeven overeenkomstig OVD, uit over de zaak der wegen. De gemeenteraad houdt hierbij rekening met de principes en doelstellingen zoals vermeld in artikel 3 en 4 uit het decreet gemeentewegen.
Conform het decreet gemeentewegen moet onderzocht worden welke rol de voorgestelde aanpassing van de gemeenteweg, hier concreet de buurtweg nr. 16 (trage weg) (zichtbaar op de Atlas der Buurtwegen), kan spelen in de uitbouw van een fijnmazig wegennet op lokaal niveau en de herwaardering en bescherming van een fijnmazig netwerk van trage wegen op recreatief en functioneel vlak.
De in artikel 3 van het decreet gemeentewegen vernoemde doelstellingen zijn namelijk:
In uitvoering van artikel 4 van voormeld decreet moet bij beslissingen over wijzigingen van het gemeentelijk wegennet minimaal rekening gehouden worden met volgende principes:
De vermelde principes worden getoetst als volgt:
De verplaatsing van een deeltraject van de buurtweg nr. 16 (trage weg en zichtbaar op de Atlas der Buurtwegen) is er in eerste instantie op vraag van de aanvrager om het zone-eigen landbouwbedrijf uit te breiden, opdat, en dit als afdoende motivering, de voor de leefbaarheid van het bedrijf noodzakelijk nieuw te bouwen constructies samen met de bestaande bedrijfsgebouwen, één ruimtelijk en functioneel geheel kunnen vormen, zonder hinderaspecten (met name de aanwezigheid van de buurtweg nr. 16) en zonder afbreuk te doen aan het algemeen belang. Het op plan verplaatsen, sluit namelijk de mogelijk tot opnieuw veruitwendigen (of afschaffen) van deze buurtweg niet uit. Aldus worden gebeurlijke behoeften van de toekomstige generaties niet in het gedrang gebracht.
Beoordeling rooilijnplan (artikel 12 §2 decreet gemeentewegen)
Het verzoek tot de verplaatsing van een gemeenteweg, zijnde een deeltraject van de buurtweg nr. 16 (trage weg) (zichtbaar op de Atlas der Buurtwegen), kan conform het decreet gemeentewegen geïntegreerd worden in een aanvraag om omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen. Artikel 12. ( 01/09/2019 - ... )
§ 2. In afwijking van artikel 11 kan de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg met overeenkomstige toepassing van artikel 31 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning opgenomen worden in een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, voor zover die wijziging past in het kader van de realisatie van de bestemming van de gronden. Die mogelijkheid geldt voor zover het aanvraagdossier een ontwerp van rooilijnplan bevat dat voldoet aan de bij en krachtens dit decreet gestelde eisen op het vlak van de vorm en inhoud van gemeentelijke rooilijnplannen of voor zover het een grafisch plan met aanduiding van de op te heffen rooilijn bevat.
Als de beoogde wijziging, verplaatsing of opheffing betrekking heeft op een gemeentelijk rooilijnplan dat niet in een ruimtelijk uitvoeringsplan is opgenomen, neemt de gemeenteraad eerst een beslissing over het al dan niet wijzigen of opheffen van het gemeentelijk rooilijnplan, alvorens te beslissen over de goedkeuring, vermeld in artikel 31 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
De mogelijkheid, vermeld in het eerste lid, geldt niet als de beoogde wijziging, verplaatsing of opheffing betrekking heeft op een gemeenteweg die in een plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan bestemd is, of op een gemeentelijk rooilijnplan dat in een plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan is opgenomen. In dat geval gelden de procedureregels voor het opstellen van een ruimtelijk uitvoeringsplan.
Bij de omgevingsvergunningsaanvraag OMV_2025132600, werd een ‘voorstel verplaatsen Voetweg’ zichtbaar op het plan van de landmeter Jonas Boone toegevoegd.
De locatie is volgens het gewestplan Diksmuide-Torhout (KB 05/02/1979) gelegen in Landschappelijk waardevol agrarisch gebied.
Landschappelijke waardevolle gebieden zijn gebieden waarvoor bepaalde beperkingen gelden met het doel het landschap te beschermen of aan landschapsontwikkeling te doen.
De locatie is eveneens gelegen binnen een Prov. RUP: Solitaire vakantiewoningen, goedgekeurd op 18/10/2013.
Het rooilijnplan voldoet aan de voorwaarden:
- het plan bepaalt de toekomstige loop van het te verplaatsen deeltraject van de buurtweg nr. 16 (trage weg en zichtbaar op de Atlas der Buurtwegen).
- het plan vermeldt de relevante kadastrale gegevens.
Beoordeling bezwaren, opmerkingen, standpunten i.v.m. de zaak der wegen
De aanvraag werd onderworpen aan een openbaar onderzoek dat werd gehouden van 30-01-2026 tot en met 28-02-2026, waarbij geen bezwaarschriften werden ingediend.
De gemeenteraad kan zich enkel uitspreken over de zaak van wegen, zonder zich over vergunningsaspecten te mogen buigen.
Opname openbaar domein
De gemeente is geen eigenaar van de grond waarop de buurtweg nr. 16 (trage weg en zichtbaar op de Atlas der Buurtwegen).
De grond van de toekomstige loop van het te verplaatsen deeltraject van de buurtweg nr. 16 (trage weg en zichtbaar op de atlas der Buurtwegen), blijft als eigendom bij de eigenaars.
Er wordt geen grond opgenomen in het openbaar domein.
Voorstel verplaatsen Voetweg opgemaakt door landmeter Jonas Boone dd. 06/09/2026.
De wet betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen d.d. 29.07.1991.
Het bestuursdecreet d.d. 07.12.2018.
Het decreet over het lokaal bestuur d.d. 22.12.2017.
Artikel 31 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunningen.
Artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen.
Artikel 47 van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
Art. 1.
De gemeenteraad stelt vast dat tijdens het openbaar onderzoek geen bezwaren werden ingediend met betrekking tot de zaak van de wegen en dat de voorgestelde verplaatsing geen opname van bijkomende gronden in het openbaar domein met zich meebrengt.
Art. 2.
De gemeenteraad oordeelt dat de voorgestelde verplaatsing van het deeltraject van de buurtweg nr. 16 (trage weg en zichtbaar op de Atlas der Buurtwegen) doordacht en aanvaardbaar is en gebeurlijke behoeften van de toekomstige generaties niet in het gedrang worden gebracht.
Het op plan verplaatsen sluit de mogelijk tot opnieuw veruitwendigen (of afschaffen) van deze buurtweg niet uit.
Art. 3.
De gemeenteraad gaat over tot de goedkeuring van het voorstel voor het verplaatsen van een voetweg zichtbaar op het plan van de landmeter Jonas Boone dd. 09/06/2026 en stemt in met de zaak der wegen van deze omgevingsvergunningsaanvraag OMV_2025132600.
Tijdens de heraanleg van de Sterrestraat werden 2 parkeerplaatsen ter hoogte van het huisnummer 70 voorzien voor het elektrisch opladen van voertuigen. Hiervoor dient het algemeen verkeersreglement aangepast te worden aangezien deze 2 parkeerplaatsen voorbehouden zijn voor het opladen van elektrische voertuigen. Dit wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.
Parkeerplaatsen voorbehouden voor elektrisch laden:
De locaties waar parkeerplaatsen voorbehouden zijn voor het opladen van elektrische voertuigen dienen opgenomen te worden in het algemeen verkeersreglement:
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, BS 12.09.1991.
Het bestuursdecreet van 07 december 2018, B.S. 11.01.2019, inzonderheid titel II.
De wet betreffende de politie over het wegverkeer gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 16 maart 1968 en latere wijzigingen.
Het koninklijk besluit van 1 december 1975 en latere wijzigingen houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer, inzonderheid op titel III.
Het ministerieel besluit van 11 oktober 1976 en latere wijzigingen waarbij de minimum afmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald.
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, BS 24.12.2018.
Het algemeen verkeersreglement van de gemeente Koekelare, goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 25 juni 2007 en de minister van Mobiliteit bij besluit dd 25.06.2007 en latere wijzigingen.
Art. 1.
Volgend artikel in het algemeen verkeersreglement van de gemeente Koekelare wordt aangevuld:
Deze maatregel wordt aangeduid door verkeersbord E9a met het onderbord waarop het symbool voorzien in art. 70.2.1, 3°, H van het K.B. van 01.12.1975 is afgebeeld.
Aan de gemeenteraad wordt het ontwerp van reglement voor een hondenlosloopweide in De Wallaart ter goedkeuring voorgelegd.
Het schepencollege besliste onlangs om een hondenlosloopweide in te richten in de huidige schapenweide palende aan de wijk De Wallaart. Dit reglement bepaalt de regels die de gebruikers van de hondenlosloopweide dienen na te leven.
Het reglement zal worden gepubliceerd op de gemeentelijke website en zal in vereenvoudigde vorm te lezen zijn op een infobord aan beide ingangen van de hondenlosloopweide.
Reglement hondenlosloopweide
Plan hondenlosloopweide
Decreet over het lokaal bestuur d.d. 22.12.2017.
Art. 1.
De gemeenteraad keurt het reglement voor de hondenlosloopweide - zoals in bijlage opgenomen - goed.
Aan de gemeenteraad wordt de huurovereenkomst tussen de gemeente Koekelare en Dienstenchequesonderneming Koelibri EVA - VZW voor de huur en exclusief gebruik van 2 kantoorruimtes en een ontvangstruimte in de Millenniumvleugel, Sint-Maartensplein 15D te Koekelare, ter goedkeuring voorgelegd.
De huurovereenkomst opgemaakt tussen gemeente Koekelare en Dienstenchequesonderneming Koelibri EVA - VZW voor de huur en exclusief gebruik van 2 kantoorruimtes en een ontvangstruimte, gelegen op de 1ste verdieping van de Millenniumvleugel, Sint-Maartensplein 15D te Koekelare, ligt voor aan de gemeenteraad.
De duur van de huurovereenkomst bedraagt 9 jaar en vangt aan op 1 juli 2026. De overeenkomst wordt na het verstrijken van deze periode stilzwijgend verlengd, telkens voor de duur van één jaar. De overeenkomst kan op elk moment door één van beide partijen worden opgezegd. De opzegtermijn bedraagt in dit geval 6 maanden.
. Millenniumvleugel - Huurovereenkomst gemeente Koekelare en Dienstenchequesonderneming Koelibri EVA - VZW
Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, BS 12.09.1991.
Bestuursdecreet van 07 december 2018, B.S. 11.01.2019, inzonderheid titel II.
Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, B.S. 24.12.2018, zoals gewijzigd tot op heden, inzonderheid artikel 56.
Art.1.
De gemeenteraad keurt de voorliggende huurovereenkomst tussen gemeente Koekelare en Dienstenchequesonderneming Koelibri EVA - VZW voor de huur en exclusief gebruik van 2 kantoorruimtes en een ontvangstruimte gelegen op de 1ste verdieping, Sint-Maartensplein 15D te Koekelare goed.
Aanvullend agendapunt ingediend door fractie Vlaams Belang inzake GFT-inzameling bij warm weer (problematiek van madenbesmetting)
De GFT-containers in Koekelare worden momenteel tweewekelijks opgehaald door MIROM, de intergemeentelijke vereniging bevoegd voor afvalinzameling in onze regio. Bij warm zomerweer zorgt deze ophaalfrequentie voor een aanzienlijk hygiëneprobleem: bewoners ervaren in toenemende mate overlast van maden in hun GFT-bak. Organisch afval dat bij hoge temperaturen twee weken blijft staan, is een ideale broedplaats voor vliegen. Dit leidt niet alleen tot ernstige stankoverlast, maar ook tot een onaangename en onhygiënische situatie voor de bewoners.
Dit is een terugkerend probleem dat elk jaar opnieuw de kop zal opsteken zodra de temperaturen stijgen, en waarvoor nu een structurele oplossing nodig is.
Daarom stel ik graag enkele vragen aan het college van burgemeester en schepenen:
Daarom vraag ik dit ter stemming.
Er wordt geantwoord op de 3 vragen die gesteld werden door raadslid Wauters:
1. Er zijn geen meldingen of klachten bekend.
2. Wekelijks zou een extra ophaalronde een bijhorende kost betekenen. Het huidige abonnement (33 EUR/jaar) is niet voldoende om dit te realiseren. Een evaluatie gebeurt zeker, maar contracten met ophalers worden een hele tijd vooraf voorbereid. Het lopend contract loopt nog tot eind 2027. In het vroege najaar worden de verschillende scenario's/simulaties (economisch, hygiënisch …) voorgelegd. Het is nog afwachten op een evaluatie en de 12 gemeenten zullen streven naar een consensus.
3. De praktische tips bij warm weer zijn terug te vinden op de website van Mirom.
Aanvullend agendapunt ingediend door fractie Vlaams Belang.
Rondvraag
. Raadslid Sam Dewulf
Responsabiliseringsbijdrage – waarom wordt niet deelgenomen aan de vraag om de responsabiliseringsbijdragen voor kleine gemeenten gelijk te stellen?
Burgemeester Lansens: Koekelare betaalt geen responsabiliseringsbijdrage, ook in de prognoses niet - vandaar dat wij niet deelgenomen hebben.
De Wallaart - Parkeerplaats voor persoon met een beperking werd verplaatst. Moet dit niet aangepast worden in het verkeersreglement? De paal staat ook recht voor de voortuin van de bewoners, die er niet van op de hoogte waren.
Schepen Dirk Ampoorter: er was een dergelijke plaats ter hoogte van huis n°26. Deze persoon is overleden en de parkeerplaats werd niet meer gebruikt. De paal is verplaatst naar D’Hooge Linde omdat er daar een vraag was. Er zal worden bekeken waar de paal staat en of die hinderlijk is.
Is het niet mogelijk om airco aan te sluiten op de ventilatie van de De Balluchon? Goed voor het comfort van de bezoeker maar ook richting noodplanning kan het interessant zijn om een grote ruimte te hebben die gekoeld kan worden.
Schepen Jan Lievens: de technische dienst zal met een firma langsgaan om te zien over welke prijs we spreken -voorlopig nog niets beslist.
Schepen Stijn Ramboer: er zijn ook nog andere gebouwen zoals de kinderopvang, Sociaal Huis, gemeentehuis, … die hierin moeten onderzocht worden.
. Raadslid Tom Pollentier: wordt er verder vastgehouden aan het criterium dat beide ouders moeten werken voor de bedrijfsopvang INFANO - Kan dit wegvallen naar de toekomst toe?
Schepen Stijn Ramboer: er wordt over nagedacht welke opties er zijn. Er werd nog niets beslist. Eigen beheer ligt niet op tafel. De vaste verlofperiode blijft.
De voorzitter sluit de zitting op 01/07/2026 om 21:02.
Aldus beslist in de zitting, de datum als voormeld.
Namens de gemeenteraad.
Namens Gemeenteraad,
Ann Van der Veken
Algemeen directeur-waarnemend
Kelly Tanghe
Raadslid-voorzitter